De vrouwen van Mbuye kunnen op eigen kracht verder met landbouwproject

De vrouwen van Mbuye hebben ruimschoots voldaan aan de verwachtingen. Ze hebben het landbouwproject zo goed opgepakt, dat ze zonder verdere begeleiding kunnen doorgaan. “Ze hebben het goed gedaan”, zegt voorzitter Seconde Nahayo van de stichting Dusabikane. “Maar ik ben er zelfs verbaasd over hoe goed!”

Afgelopen voorjaar reisde Seconde Nahayo vol verwachtingen, maar ook een beetje ongerust, naar Burundi om de vorderingen van het landbouwproject te bekijken. 225 vrouwen uit Mbuye hebben zich verenigd in negen organisaties van 25 vrouwen. Dankzij bemiddeling van de stichting Akararo kregen die corporaties de beschikking over negen stukken prima landbouwgrond. Ze hebben er maïs gepoot, aardappelen en tarwe.

De opbrengst van de eerste oogsten waren uitstekend. Tot uit de hoofdstad Bujumbura kwamen er klanten om aardappelen te kopen. Een deel van de oogst werd verkocht, een deel voor eigen consumptie gebruikt en een deel bewaard als pootgoed voor het komend seizoen.

Maar, zo vroeg Seconde Nahayo zich af: hoe zou het verder gaan? Als de vrouwen op zichzelf zijn aangewezen en het verder moeten doen zonder de adviezen van de landbouwexperts? Bovendien maakte ze zich zorgen, omdat het afgelopen december heel hard heeft geregend in de regio, waardoor veel schade ontstond aan gebouwen en projecten. Maar het landbouwproject van de vrouwen bleek daar nauwelijks onder geleden te hebben.

Seconde: “Ik was heel verbaasd toen ik terugkwam in Mbuye. Ze hadden heel veel geleerd en hun land op moderne wijze bewerkt.”

‘Modern’ in Burundi betekent nog altijd wel met de hand. De vrouwen hebben niet de beschikking over landbouwmachines of over trekdieren. Ze moeten zelf met spade en schoffel de grond bewerken. Maar ze hadden dat perfect volgens de instructie gedaan, op een heel eenvoudige manier, namelijk door touwtjes te spannen over de grond. Zo kunnen ze op precies de juiste onderlinge afstand aardappelen poten.

De vrouwen hadden ook zelf beslist welk gewas ze zouden telen. (Ze kozen voor maïs omdat ze die langer kunnen bewaren dan aardappelen, en er zo een betere prijs voor konden vragen.) Dat is het allerbelangrijkste dat ze hebben geleerd, zegt Seconde: dat ze goed kunnen samenwerken. De beslissingen worden in onderling overleg genomen. Ze hebben op eigen initiatief een ziektekostenverzekering afgesloten voor hun gezin. Die kost een euro per persoon per jaar. Het bijzondere is dat ze die samen hebben afgesloten.

Met tevredenheid kan Dusabikane constateren dat de vrouwen zijn geslaagd. “Ze hebben ons niet langer nodig, ze kunnen voortaan op eigen benen staan.”

Wil je meer lezen? Kijk bij het projectverslag.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.